ISVW - Hotel | Internationale School voor Wijsbegeerte

Basisopleiding Geschiedenis van de filosofie

Overzicht van de vijf cursusweekenden

 

Docent: Jan Flameling met verschillende gastdocenten.

 Basisopleiding geschiedenis van de filosofieDe geschiedenis van de westerse filosofie begint ongeveer 700 v. chr. in de verrassend moderne stadstaten in Griekenland en Klein-Azië, rijke samenlevingen waar deelname aan de economie, de rechtspraak en de democratie eisen stelde aan de burgers. Kennis van zaken, kennis van taal en kennis van moraal stonden op het curriculum in Plato’s Academie en Aristoteles’ Lyceum. Waarom? Omdat succes in het moderne leven van iedereen vraagt dat je weet wat er aan de hand is, dat je je verstaanbaar kunt maken en dat je gevoel voor richting hebt. Wat er gedacht wordt is in alle tijden anders, maar hoe er gedacht wordt is in grote lijnen niet veranderd. Daar kunnen wij ons voordeel mee doen. 

Basisopleiding geschiedenis van de filosofieDe ISVW Basisopleiding Geschiedenis biedt overzicht van denkstijlen die ontwikkeld zijn in 25 eeuwen. De opleiding toont het Waarom & Waartoe van de belangrijkste filosofische scholen en de motieven van de grootste denkers. De nadruk ligt op de Westerse filosofie met een enkele reis van Thales van Milete – via Ockham, Descartes en Nussbaum - tot aan voorlopig eindstation Sloterdijk. Daarna is het aan u om andere richtingen in te slaan of terug te keren naar waar u ooit begon. Ideaal, zowel voor mensen die continuïteit nastreven, als voor degenen die met de geschiedenis willen breken. 

De basisopleiding Geschiedenis stelt u in staat uw eigen denkstijl te situeren en die van anderen beter aan te voelen.

Docent Jan Flameling over de basisopleiding

 

Jan FlamelingJan Flameling studeerde wijsbegeerte in Groningen, Keulen, Berkeley en Amsterdam. In maart 1994 richtte hij het Filosofisch Bureau Ataraxia op. Sindsdien organiseert hij 'denkvakanties' in Griekenland en India en seminars filosofie in Nederland. Ook geeft hij workshops aan organisatieadviseurs, artsen en apothekers. Jan Flameling is tevens docent van de basisopleiding Systematiek van de filosofie.

Programma

1. Filosofie in de Oudheid

 

Sokrates

Gedurende het weekeinde maken we een reis naar van de steden Milete en Efeze aan de Ionische kust via de agora (‘markt’) van Athene naar de villa’s buiten Rome. We maken kennis met de ‘archeologische’ benadering van de pre-socraten, met de ‘politicologische’ projecten van Plato en Aristoteles en met de hellenistische opvatting van filosofie als ‘therapie van verlangens’ en levenskunst

We krijgen een antwoord op vragen als ‘Wat betekent een begrip als to apeiron of een uitspraak als panta rhei?’, ‘Hoe verschillen de opleidingen aan de Academie en het Lyceum van elkaar?’ en ‘Bestaan er overeenkomsten tussen wat Epicurus schrijft aan Menoikeus, Cicero in zijn villa in Tusculum en Sextus Empiricus over de opvattingen van Pyrrho?’. Lees verder...

2. Filosofie in de Middeleeuwen en de Renaissance

Augustinus

Het einde van het Romeinse Rijk valt samen met de opkomst van de christelijke geloofs-  en levensleer. Augustinus weet Plato’s gedachtegoed te combineren met Paulus’ geloofswaarheden. De filosofie - van Augustinus via Thomas van Aquino tot Nicolaas van Cusa - maakt zich dienstbaar aan het evangelie. Jezus als eenheidstichter in de fysica, ethica en politica van de Middeleeuwen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”. Het is het tijdperk van wijsbegeerte als scholastiek – hoewel er ook (onder meer bij Meister Eckhart) ook sprake is van filosofie als via mystica. In de Renaissance, een overgangsfase van de Middeleeuwen naar de moderne tijd, houdt de filosofie op de dienstmaagd van de theologie te zijn. Er is weer belangstelling voor klassieke humanistische opvattingen (Desiderius Erasmus en Michel de Montaigne). In Florence stelt Machiavelli voor om niet alleen theologie en politiek te scheiden maar ethiek en politiek.

3. Filosofie in de moderne tijd I (17e en 18e eeuw)

Spinoza

De moderne wetenschappelijke verklaring van de natuur als wetmatig van aard plaatst de filosofie voor een nieuwe uitdaging. René Descartes, de ‘vader van de moderne filosofie’, is een aanhanger van de nieuwe benadering in de fysica en een gelovig Christen. In zijn Meditaties stelt hij dan ook voor om de mens op te vatten als lichaam (gekenmerkt door uitgebreidheid in ruimte) en geest (gekenmerkt door denken). Wat vraagstukken rond kennisverwerving betreft, toont hij zich een rationalist pur sang – de geest is de bron van kennis. David Hume, een vertegenwoordiger van het Brits empirisme, stelt daartegenover dat juist de ervaring de grond van kennis is en meent dat we de voordelen van het gebruik van het verstand bij kennisverwerving en morele oordeelsvorming niet moeten overschatten. Immanuel Kant verdedigt de rede tegen de aanval van het scepticisme: categorieën (of: verstandsbegrippen) spelen een bepalende, constituerende rol bij kennisverwerving en de mens opgevat als een rationeel en autonoom subject is in staat zichzelf de categorische imperatief op te leggen en (dus) moreel verantwoord te handelen.

In de politieke filosofie worden eveneens op een nieuwe manier nieuwe vraagstukken behandeld. Uitgaande van een bepaald mensbeeld, n.l. een ‘ik’ met eigenbelang en/of eigendom, is er volgens Thomas Hobbes en Jean-Jacques Rousseau sprake van een natuurtoestand respectievelijk een burgerlijke maatschappij die het noodzakelijk om een maatschappelijk verdrag met elkaar te sluiten dat dient te zorgen voor vrede en veiligheid respectievelijk vrijheid en gelijkheid.

 

4. Filosofie in de moderne tijd II (19e eeuw)

thumb-nietzsche1

Na het ‘hoogtepunt van de moderne filosofie’, Immanuel Kant, volgt de reactie op de in zijn werk aanwezige lof op de (almacht van) de rede. De denkers van de Romantiek (zoals Schelling) wijzen op de rol van het verbeeldingsvermogen, Arthur Schopenhauer schrijft zijn De wereld als wil en voorstelling en Soren Kierkegaard roept op tot een terugkeer naar het ware Christendom.

Na de Franse Revolutie wordt de strijd tegen onvrijheid en ongelijkheid voortgezet door de grondleggers van het liberalisme (John Stuart Mill) en van het socialisme (Karl Marx). In 1859 verschijnt Charles Darwins Het ontstaan van soorten. Met de evolutietheoretische benadering en het werk van Friedrich Nietzsche – waarin de ‘linguistic turn’, de opvatting ‘Dasein is design’ en de herwaardering van het lichaam (al) te vinden is - kondigt zich het denken van onze tijd aan.

5.Filosofie van onze tijd (20e en 21e eeuw)

Emmanuel Levinas

De filosofie van de twintigste eeuw kent twee ‘reuzen’: Ludwig Wittgenstein en Martin Heidegger. Het werk van Wittgenstein leidt tot de ‘linguistic turn in philosophy’ – de verhouding van taal en werkelijkheid wordt het centrale thema van de filosofie. Het denken van Heidegger biedt een eigentijdse analyse van het menselijk bestaan waarin noties als ‘er betrokken in betrekkingen zijn’ en ‘geworpen ontwerp met begrippen’ een centrale rol spelen. Gedurende het weekeinde zal verder onder meer aandacht worden besteed de radicaal andere benadering van ethische vraagstukken van Emmanuel Levinas (‘Luisteren naar het gelaat van de Ander’) en de actualiteitsanalyse van Peter Sloterdijk (‘Je moet je leven veranderen’).


6. Examendag en uitreiking certificaat 

 

Accreditaties

Cedeo

ANVW

NRTO

Toegang

Aanmelden is op dit moment nog niet mogelijk