ISVW - Hotel | Internationale School voor Wijsbegeerte


Kunst is filosofie in een zichtbare of hoorbare gestalte.

Arthur d' Ansembourg,is filosoof en docent van de basiscursus Esthetica en Kunstfilosofie die in oktober 2011 van start gaat. Deze cursus wordt gegeven in vijf weekends verspreid over de periode van 1 oktober t/m 20 mei 2012 en behandelt met name de volgende onderwerpen: de relatie tussen kunst en moraal, de rol van het lichaam in de esthetische ervaring, de actualiteit van schoonheid. In het volgende interview schetst Arthur d’ Ansembourg een beeld van de opleiding en beschrijft hij het spanningsveld van kunst en filosofie.

Wat maakt de combinatie van kunst en filosofie zo spannend?

Ik vind de combinatie kunst en filosofie spannende vanwege de concreetheid. Kunstwerken geven niet alleen iets te zien of te horen, maar zijn tevens een intuïtief antwoord op filosofische vragen omtrent de relatie van de mens met de wereld en de anderen. Ik vind het dan ook van belang om niet zozeer te filosoferen over het kunstwerk, maar aandacht te hebben voor de filosofie van het kunstwerk zelf. Plato zegt ergens dat het schone de zichtbare zijde is van het goede. Ik zou die gedachte willen doortrekken naar de relatie tussen kunst en filosofie. Kunst is filosofie in een zichtbare of hoorbare gestalte.

Waarom ben je in kunst geïnteresseerd?

Kunst heeft mij altijd geïnteresseerd. Net zoals filosofie. Maar de combinatie van deze twee is pas in de loop van de tijd ontstaan toen ik begon cursussen te geven. In de filosofie is veel abstract maar de kunst kan concretiseren en op die manier een beeld schetsen van de wereld waarin we leven. Een voorbeeld is Rembrandts anatomische les. Hier komen kunst en wetenschap samen. Een duidelijke afbeelding van de toenmalige tijdsgeest die tot vandaag de dag doorwerkt. De filosoof Merleau-Ponty thematiseert ook de lichamelijkheid van de mens. Lichamelijkheid is iets heel concreets. Maar ook Plato en Kant en Lyotard zijn interessant. Het werk van Lucien Freud raakt me. Het laat mensen zien op een intieme, kwetsbare manier. Dit kan alleen ontstaan als er een basis van vertrouwen is. Deze kunstenaar schept vertrouwen en kan het vervolgens ook uitbeelden.

Wat zijn je eigen onopgeloste vragen met betrekking tot kunst en kunstfilosofie?

Ik wil de tijd waarin we leven begrijpen. Daarom is het bestuderen van de geschiedenis ook belangrijk. Maar hier houdt het niet op. Mij intrigeert de vraag naar grenzen en het thematiseren ervan. Vooral de relatie tussen schoonheid en goedheid vind ik boeiend. Is wat schoon is ook juist?

Een tweede vraag die me bezighoudt is de vraag naar de rol van de tijd in de kunst. Volgens Lessing zijn beeldende kunst en muziek twee verschillende vormen van kunst. In de muziek hebben we te maken met een opeenvolging temporele verhoudingen en in de beeldende kunst staat de tijd stil. Levinas schrijft ergens dat de Mona Lisa eeuwig blijft glimlachen. Het door Lessing gemaakte onderscheid wordt o.a. door Merleau-Ponty geproblematiseerd. Hij maakt inzichtelijk dat Cézanne een wordende werkelijkheid schildert. In verband daarmee vraag ik me af in welk opzicht kunst een tegenwicht biedt aan de snelheid en de vluchtigheid van het moderne en postmoderne leven.

Wat is het doel van kunst?

De vraag of kunst een doel moet hebben speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de kunst. In de negentiende eeuw ontstond l’art pour l’art - dus kunst als doel op zichzelf. Denk bijvoorbeeld aan Whistler. Hij zegt: Kunst heeft geen nut. Het esthetische doel is bereikt als er kunst is voor in de woonkamer. In de twintigste eeuw kwam het anti-esthetische discours op. De aandacht verschoof van mooi naar interessant. Het dadaïsme was een en al provocatie en ook Andy Warhol wilde vooral aan het denken zetten. Er is een nieuwe aandacht voor het alledaagse dat autonoom wordt. Maar dat is niet genoeg. In het werk van actuele kunstenaars zoals On Kawara komt kunst als basale vorm van gemeenschappelijkheid naar voren. Kunst is dus ook een gezamenlijke opgave. Kunst kan iets te denken geven dat niet in begrip is te vangen. Hiermee nodigt kunst uit tot een gesprek dat op zijn beurt weer tot dieper inzicht kan leiden.

Wat kan ik van deze opleiding verwachten?

Kunst reikt verschillende prikkels aan. Daar kun je dan je eigen invulling aan geven. Deze opleiding kan je leidraad zijn in de associaties die kunst oproept. De combinatie van kunst en filosofie is vruchtbaar omdat je je kan openen voor wat niet puur filosofisch is. Tegelijkertijd krijg je handvatten aangereikt om te filosoferen over kunst. Dat kan heel verrijkend zijn.

Voor wie is deze opleiding geschikt?

Voor iedereen die openstaat om filosofisch bezig te zijn aan de hand van de kunst. Je hoeft heus niet heel veel van kunst of filosofie te weten. Kijk, het orakel in Delphi wees Sokrates aan als de wijste mens, juist omdat hij zei: ik weet dat ik niets weet. Dat is een goede grondhouding. Als je maar vragen blijft stellen en bereid bent om opnieuw te beginnen. Want ons weten blijft altijd oneindig achter bij wat we niet weten.


Hoe steekt de opleiding in elkaar?

We zullen een breed spectrum aan thema’s langs zien komen en de discussie aangaan over de verschillende tradities van Plato tot Lyotard en Danto. Spannend zijn niet alleen de posities op zich maar ook wat in de loop van de tijd ermee gebeurde. Dit gaan we naspeuren door een 19e en 20e-eeuwse filosofisch commentaar op de geschiedenis te bestuderen. We lezen ook andere teksten. Verder gaan we vragen in groepjes bespreken en zijn er, voor wie een certificaat wil behalen, ook opdrachten. Er zal ook veel kunst langskomen: vooral beeldende kunst maar ook literatuur en muziek.

 

Tekst: Theresa Spirik