ISVW - Hotel | Internationale School voor Wijsbegeerte

´Gooi je ramen en deuren open´

Interview met Dries Boele over de summerschool ´Opgeruimd gemoed´ (22-26 augustus 2011)

 

Hoe komen jouw cursussen tot stand?

Al mijn cursussen draaien rond het thema ‘levenskunst’, oftewel de vraag ‘Hoe te leven?’ Telkens kies ik een andere invalshoek. Het begint met een vraag waar ik zelf mee zit. Daar denk ik over na, ik lees erover, bestudeer filosofen en andere relevante literatuur, en uit dit onderzoek ontstaat dan gaandeweg een cursus. Voor mij is het de kunst om een interesse die ik zelf heb zo te vertalen dat anderen er ook iets aan hebben.

 

Wat was de vraag voor deze summerschool?

Dit keer vroeg ik me af wat het ideaal is van levenskunst. Wat is de moeite waard om na te streven? Om wat voor soort leven gaat het? Het kunstwerk van levenskunst is je levenshouding. Niet wat, maar hoe je wat dan ook doet. Wat valt er te zeggen over die levenshouding?

Een van de belangrijkste idealen vat ik samen onder de noemer ‘opgeruimd gemoed’. De uitdrukking viel me in toen ik enkele jaren geleden bij de ISVW ook een zomerweek deed over filosofie van de levenskunst. Ik presenteerde de verschillende opvattingen over levenskunst en opeens zag ik dat er een belangrijke overeenkomst was wat betreft nagestreefde gemoedstoestand. Ik noemde dat toen ‘opgeruimd gemoed’. Dat thema heb ik in deze cursus verder uitgewerkt.

Een opgeruimd gemoed staat tegenover een bezet gemoed. Bezet door zorgen, door idee-fixen, door onrust, door frustratie, door agressie of haat, etc. De vraag is dus: waardoor wordt je gemoed bezet? En wat kun je eraan doen om het op te ruimen? Filosofen, van Zen en Epicurus tot Stoa en Spinoza, verschillen van mening over wat de belangrijkste verstoring is van het gemoed. Ook staan ze verschillende remedies voor. Maar uiteindelijk gaat het hen om hetzelfde.

Opgeruimd heeft verder de connotatie van opgewekt, ook iets wat je bij de verschillende filosofen tegenkomt.

 

Waarom is een opgeruimd gemoed zo belangrijk?

Om met volle aandacht de dingen te doen is het nodig dat je aandacht vrij is. Vrij van ernstige verstoringen. Als je allerlei idee-fixen hebt en je gedachten altijd dezelfde koeienpaadjes bewandelen, dan word je daardoor ingeperkt, sta je niet open voor iets nieuws. Iets soortgelijks gebeurt met heftige emoties. Het klinkt paradoxaal, maar heftige emoties maken gevoelloos; je staat niet meer open voor de beleving van een ander. Om te genieten, om creatief te zijn, om er te zijn voor een ander: dat kan allemaal het beste met een opgeruimd gemoed.

 

Dat opruimen van je gemoed noem jij een vorm van levenskunst. Waarom is levenskunst op dit moment zo’n belangrijk thema?

Iedereen zit met vragen over het goede leven. Voor velen hebben de religies afgedaan. De antwoorden zijn ongeloofwaardig geworden, maar de vragen bestaan nog altijd. Het huidige secularisme is echter mager, te mager om leefbaar te zijn. Het dreigt te blijven steken in oppervlakkigheid. Het is vooral tegen van alles, zeker wanneer het riekt naar religie. Maar waar is het vóór? Levenskunst zou ik dan ook willen beschouwen als een seculiere spiritualiteit. Om te inspireren tot kwaliteit van leven. Filosofen hebben zich daar al eeuwen sterk voor gemaakt. Met name in de Oudheid. Levenskunst was toen immers al een hoofdonderwerp voor filosofie.

In onze tijd is er een enorm aanbod wat betreft kwaliteit van leven. We leven in een soort spirituele supermarkt en je mag zelf kiezen waar je inspiratie mee opdoet en waar je je het beste in vindt. Punt is, hoe kom je daar achter? Het enorme aanbod is mooi, maar stelt ook voor een probleem: hoe te kiezen? Filosofie van de levenskunst helpt om die keuze te verhelderen. Daarnaast put zij uit een lange en rijke traditie van filosofen die hebben nagedacht over de vraag ‘hoe te leven’. Ik kan me daarom goed voorstellen dat filosofie van de levenskunst op dit moment aanslaat.

 

Is dat ook je eigen ervaring?

Ja, ik leer veel van filosofen, juist omdat ze zo divers zijn, met uiteenlopende visies en onderwerpen. Van de meesten kun je wel wat leren. Ik vat filosofen op als belichaamde perspectieven: ieder vanuit zijn of haar invalshoek heeft een bepaald aspect van de menselijke werkelijkheid belicht. Hun diversiteit en het feit dat de meesten van hen (nog steeds) recht van spreken hebben, laten zien dat het leven multidimensionaal is. Kennismaken met filosofen verrijkt mijn leven.

 

Waarom moet ik aan deze summerschool meedoen?

Je kunt verder komen met je eigen vragen. Dat doe je door met anderen in gesprek te gaan. Verder kan er inspiratie komen van filosofen die over soortgelijke kwesties hun hele leven hebben nagedacht. Het is intensief oefenen met je geest. Als het ware gooi je ramen en deuren open, verrijk je je inzicht en wordt je eigen creativiteit gestimuleerd doordat allerlei nieuwe denkruimtes worden geopend.

Wat gaat er gebeuren tijdens de summerschool?

Uiteraard spelen de opvattingen van filosofen een hoofdrol, maar dat is niet alles. In filosofie kun je geen toerist blijven. Je staat zelf op het spel. Filosofie is een dialogische activiteit. Zij is een voortdurende uitnodiging om in dialoog te gaan met je eigen denken: wat zijn je uitgangspunten, waarden, basisopvattingen? Wat zijn je idealen? Zijn ze nog actueel? Hebben ze wellicht herziening nodig, of een opfrissing? Filosofen leveren input voor die dialoog. Behalve dat filosofen aan bod komen, in tekst en uitleg, is het zaak je eigen denken te mobiliseren. Daarom begin ik lessen meestal met subgroepjes waarin deelnemers een vraag bespreken die later door de filosoof worden uitgewerkt. Om niet overweldigd te worden door het doorwrochte geluid van de filosoof is het van belang eerst eens na te gaan wat je eigen opvattingen zijn. Op die manier kan er een vruchtbare dialoog ontstaan. Dat is het begin. Vervolgens geef ik een inleiding op de betreffende filosoof, lezen we teksten, bespreken we zijn opvattingen over het thema, en dat allemaal interactief. 

 

Wat als ik niets of juist heel veel afweet van filosofie?

Ik ben gewend om aan een heel divers publiek les te geven. Tijdens de summerschool komen verschillende perspectieven op het thema aan bod. Je bent vrij om je in een perspectief te verdiepen of juist te verwerpen. De uitkomsten zijn dan ook per persoon verschillend.

Ik vind het van belang om verschil te maken tussen filosofie en ideeëngeschiedenis. Bij het laatste kun je op een gegeven moment denken dat je het al wel weet. In filosofie gaat het echter niet om kennis, maar om je leef- en denkwijze. Denkbeelden die geen verschil maken in je leven, zijn filosofisch van weinig betekenis. Het komt in filosofie dus aan op oefenen, door theorie en levenspraktijk samen te brengen. Je kunt nooit genoeg oefenen.

Het kan nu lijken alsof we voortdurend bezig zijn met persoonlijke levensverhalen. Dat is niet zo. Wel vind ik het van belang om filosofie zo te presenteren dat ieder voor zich de connectie kan maken. Filosofie gaat tenslotte over ons leven. Zelfs hele abstracte onderwerpen hebben uiteindelijk te maken met ons zelfverstaan als mens.

 

Een van de concepten die aan bod komen is ´de spelende mens´. Heb je een lievelingsspel?

Spontaan zou ik zeggen: ik speel graag met mijn zoontje. Maar daar gaat het hier niet om. Met de spelende mens gaat het om creativiteit. Creativiteit is het leukste spel. Spelen met concepten en ideeën is niet alleen een vernieuwende kracht maar ook een scheppende kracht. We scheppen als het ware spelenderwijs onze cultuur. En dat geldt ook voor onszelf. Om niet vast te lopen is het belangrijk om te blijven spelen. Anders verstarren we. Dan is het spel voorbij. Om dat te voorkomen moeten we aan de bal blijven en oefenen voor een opgeruimd gemoed en een creatieve geest.

 

Tekst: Theresa Spirik