ISVW - Hotel | Internationale School voor Wijsbegeerte

Het OM ziet niets

Brief in de Volkskrant van 7 februari 2012

De nieuwe superPG van het Openbaar Ministerie, de heer Bolhaar, presenteerde op 23 nov 2011 in de Rode Hoed zijn visie op hoe het OM te werk moest gaan. Hij zei o.a. dat het OM blij was met critici van buiten en dat het ‘een open, uitnodigende houding’ wil aannemen ‘tegenover de buitenwereld’. Hij voegde toe: ‘Dat gelooft u natuurlijk niet, maar toch is het zo’.

Zijn reactie op mijn boek Leugens over Louwes laat op het eerste gezicht zien dat het hem menens is. In dat boek staaf ik expliciet 23 leugens van het OM en 8 leugens van deskundigen in de zaak-Louwes. Deze leugens vallen niet in de categorie van onbenullig gejokkebrok. Zes daarvan zijn cruciaal en vormden de basis waarop het hof in Den Bosch tot zijn veroordeling is gekomen. Zo beweren bijvoorbeeld de twee DNA-mannen van het NFI dat er zoveel DNA van Louwes op de blouse van de vermoorde weduwe is gevonden, dat  het DNA daar wel met geweld moet zijn opgekomen. De later vrijgegeven DNA-data laten evenwel zien dat het hier om een fractie gaat van wat de heren voor het hof hebben genoemd, en de wetenschap vertelt ons dat die werkelijk gevonden fractie gemakkelijk via vreedzaam contact (vochtig spreken of hand schudden) is over te dragen

Bolhaar houdt zijn woord. Zes mensen hebben gedurende zes weken mijn boek bestudeerd. Het OM heeft zich er niet met een Jantje van Leiden afgemaakt. De collectieve aandacht is vererend. De uitkomst van deze gewaardeerde inspanning geeft helaas minder vertrouwen in het OM. De organisatie meldde donderdag 2 februari j.l. dat de feiten die in mijn boek Leugens over Louwes worden beschreven 'al eerder tijdens de rechtsgang aan de orde zijn geweest’ en dat geen van de lezers door lezing ‘tot een ander inzicht’ is gekomen. Die conclusie is opmerkelijk. Alleen al de zes gedocumen­teerde leugens die als zes cruciale argumenten door het hof zijn overgenomen, zijn nieuwe feiten die tijdens de rechtsgang niet aan de orde zijn geweest. Hebben de zes OM-lezers deze zes aantoonbare leugens gedurende zes weken gemist? Het OM vertelt ons ook dat zijn lezers niet tot een ander inzicht zijn gekomen. Als die leugens niet nieuw zijn, moet ik dan aannemen dat die lezers van al die leugens op de hoogte waren? En zouden ook de raadsheren in Den Bosch zo laconiek hebben gereageerd wanneer hen verteld was dat de belangrijkste argumenten op basis waarvan ze Louwes veroordeeld hebben, zijn gelogen? Het OM zegt niets te zien. Inderdaad, het ziet niets.

Ton Derksen

Invloed van zes cruciale leugens op het arrest van Den Bosch

DE ZES CRUCIALE LEUGENS:

zes cruciale leugens die door het hof Den Bosch als argumenten voor de veroordeling van Louwes in zijn arrest van 9 februari 2004 zijn overgenomen

 

                 

 

(Leugen 1) Twee NFI-ers zeiden voor het hof in 2004: er zijn veel goede DNA-profielen van Louwes aangetroffen op de blouse van de weduwe. Voor goede profielen heb je minimaal 1 nanogram DNA nodig. Dat leert de ervaring van het NFI (zegt het NFI). Zoveel DNA wijst op gewelddadige origine, het is niet waarschijnlijk dat zoveel DNA op vreedzame wijze is overgedragen.

 

MAAR: het NFI had al in 2003 in een wetenschappelijke publicaties geschreven dat ze voor een goed profiel genoeg hadden aan 0,1 nanogram DNA. (Leugens voor Louwes, p. 201)

 

Het hof Den Bosch heeft deze leugen in zijn arrest als waar overgenomen en gebruikt als argument voor de veroordeling van Louwes. Zie volgende leugen voor een verwijzing naar het arrest.

 

 

(Leugen 2) De NFI-er zei voor het hof Den Bosch: in de gevonden DNA profielen van Louwes op de blouse van de weduwe zat dus minimaal 1 nanogram, 200 cellen. En zoveel DNA wijst op gewelddadige origine. Het is niet waarschijnlijk dat zoveel DNA op vreedzame wijze is overgedragen.

 

MAAR: de later vrijgegeven data van het NFI tonen dat er heel veel minder DNA in de profielen zat. Veruit de meeste profielen bevatten 8 tot 200 picogram (= 1,5 tot 40 cellen). Bovendien kan op vreedzame wijze heel gemakkelijk 1 nanogram overdragen worden. Bij handen­schudden wordt gemiddeld 50 nanogram overgedragen, zoals een NFI-er in 2006 heeft geschreven. (Dit is in de werkelijkheid nog meer, omdat die 50 nanogram met een veeg van een wattenstokje op de handpalm werd vergaard. Het wetenschappelijk artikel waarnaar hij verwijst, geeft ook een uitkomst van 150 nanogram. Louwes die leed aan allergieën (getuige ook doktersrecepten) zit waarschijnlijk ruim boven het gemiddelde). Ook vochtig spreken levert op korte afstand ook DNA-goede profielen. (Leugens over Louwes, pp.160-162)

 

Het hof Den Bosch neemt ook deze tweede leugen als zijnde waar over in zijn arrest, en baseert onder andere daarop zijn conclusie dat het DNA op een gewelddadige origine wijst.

 

ARREST Den Bosch:

2.1.6. [De NFI-deskundige] heeft in dit verband in de eerste plaats onder meer opgemerkt dat de in het onderhavige onderzoek verkregen DNA-profielen zijn bepaald met de standaardmethoden die door het NFI bij het DNA-onderzoek worden gehanteerd. Bij die methoden zullen over het algemeen geen profielen worden verkregen uit celmateriaal dat kan worden overgedragen bij zakelijk, oppervlakkig contact zoals het geven van een hand of het voeren van een gesprek op geringe afstand tussen personen. Ter zitting van 26 januari 2004 heeft [diezelfde NFI-er] verklaard dat voor het met behulp van genoemde standaardmethoden verkrijgen van een bruikbaar DNA-profiel van huidcellen minimaal 200 cellen dienen te zijn overgebracht en dat bij het bedoelde zakelijke, oppervlakkige contact in het algemeen minder dan deze hoeveelheid zal worden overgedragen.

 

2.1.8. Het hof onderschrijft de conclusies van de DNA-man en de daaraan ten grondslag liggende motivering en maakt deze tot de zijne.

 

 

(Leugen 3) De NFI-deskundige: Er zit geen DNA van Louwes in de controlemonsters en het zit wel op de rode vlekken. Dat wijst erop dat het DNA met geweld op de blouse is gekomen. Het hof Den Bosch neemt dit argument en zijn conclusie over (Voor uitwerking van dit Rode Vlekken Argument zie Leugens over Louwes, p. 63 e.v.)

 

MAAR: de ruwe data van het NFI geeft sterke aanwijzingen dat het controlemonster #17 wel degelijk DNA van Louwes bevatte. Het argument faalt. en de conclusie vervalt. (Leugens over Louwes, p. 166 e.v.)

 

Het hof Den Bosch neemt ook deze derde leugen als zijnde waar over in zijn arrest van 9 februari 2004, en baseert onder andere daarop zijn conclusie dat het DNA op een gewelddadige origine wijst.

 

ARREST DEN BOSCH:

2.1.7  4*: de afwezigheid van vreemd celmateriaal in controlemonsters (ter zitting van 26 januari 2004 heeft [de NFI-deskundige] toegelicht dat deze controle­monsters net buiten de lichtrode vlekken zijn genomen) geeft steun aan de veronderstelling dat het mannelijk DNA gelijktijdig met de lichtrode substantie is overgedragen, aangezien anders verwacht kon worden dat dit mannelijk DNA ook net buiten de lichtrode substantie aangetroffen zou worden;

 

 

(Leugen 4) De NFI-deskundige: In monster #20 overheerst het DNA van Louwes dat van mevrouw Wittenberg, hetgeen wijst op gewelddadige origine.

 

MAAR: het gaat hier om 200 pg Louwes-DNA tegenover 100 pg Wittenberg-DNA (0,000.000.2 gram en 0,000.000.1 gram). En we zagen al dat bij hand schudden 50 tot 100 nanogram (50.000 pg tot 100.000 pg) kan worden overgedragen. De retoriek van “overheersen” heeft het hof Den Bosch op het verkeerde been gezet.

 

Het hof Den Bosch neemt ook deze vierde leugen als zijnde waar over in zijn arrest van 9 februari 2004, en baseert onder andere daarop zijn conclusie dat het DNA op een gewelddadige origine wijst.

 

ARREST DEN BOSCH:

2.1.7. Als bevindingen die zijn onder b gerelateerde conclusie [de hypothese dat het op de blouse aangetroffen, van een mannelijk individu afkomstige celmateriaal is overgedragen tijdens een gewelddadig incident, vindt veel steun in een aantal - hierna te noemen - bevindingen.] steunen heeft [de NFI-deskundige]verder genoemd:

7*- in spoor #20 zijn de piekoppervlakken van de mannelijke donor hoger dan die van de vrouwelijke donor. Gezien de grote hoeveelheden DNA van het slachtoffer op zowel de binnen- als de buitenzijde van de blouse, betekent dit dat de mannelijke donor zoveel DNA heeft afgegeven dat dit op deze locatie die van de vrouwelijke donor overheerst. Dit past niet bij de veronderstelling dat de mannelijke donor het slachtoffer slechts een hand heeft gegeven of met haar heeft gesproken. Spoor #20 is, naar [de NFI-deskundige]ter zitting van 26 januari 2004 heeft verklaard, op de rechtervoorzijde van de blouse aangetroffen op slechts enkele centimeters van de bovenste steekwond. Dat hier de mannelijke donor in het mengprofiel overheerst duidt erop dat deze donor aanmerkelijke kracht heeft uitgeoefend.

2.1.8. Het hof onderschrijft de conclusies van [de NFI-deskundige]en de daaraan ten grondslag liggende motivering en maakt deze tot de zijne

 

 

(Leugen 5) De deskundige professor Brabant beweert op basis van een KNMI-weerbericht dat superrefractie onmogelijk is, m.a.w. dat Louwes vanuit Deventer gebeld moet hebben.

 

Maar: hij moet geweten hebben dat hij onvoldoende gegevens voor zijn (negatief) oordeel over superrefractie had (hij had alleen een KNMI-bericht), en bovendien gebruikte hij een weerbericht van 20 december in plaats van 23 september. (Dit is een professionele leugen).

 

Het hof Den Bosch baseert zich bij zijn oordeel dat Louwes niet vanaf de A28 heeft gebeld, maar vanuit Deventer, cruciaal op de verklaringen van prof. Brabant. (Hij was samen met prof. Karlsruhe veruit de belangrijkste deskundige op atmosferisch gebied). Karlsruhe noemde evenmin de Laramie-data.

 

ARREST DEN BOSCH:

2.3.16. Resumerend is het hof van oordeel dat het niet aannemelijk is dat de verdachte het telefoongesprek op 23 september 1999 om 20:36 uur heeft gevoerd vanaf de A28 nabij afslag ’t Harde. Het hof is in tegendeel van oordeel dat het feit dat dit gesprek is gevoerd via basisstation 14501 te Deventer er op duidt dat de verdachte op het genoemde tijdstip in of nabij Deventer was. Het hof baseert zich hierbij op onder meer de bovengenoemde deskundigen Roeloffs, Staack, Karlsruhe en Brabant. Hetgeen hiertegen is ingebracht door de deskundigen H. en S. acht het hof onvoldoende onderbouwd en niet concludent. Er is geen reden de resultaten van de hiervoor besproken deskundigenonderzoeken buiten beschouwing te laten.

2.3.9. (Rapport van 5 januari 2004 van prof. Brabant. Brabant, gespecialiseerd in het onderzoek van bijzondere effecten van radiopropagatie en de eigenschappen van antennes:). Ontvangst over abnormaal grote afstanden op de gsm-frequenties kan alleen optreden door bijzondere buigingsverschijnselen in de atmosfeer op de hoogte van zender en ontvanger, dus van grondniveau tot maximaal enkele tientallen meters hoogte. Dit kan optreden bij zeer stil weer – zoals stille zomernachten of dagen met grondmist of smog - waarbij zich in de atmosfeer vlak bij de grond stabiele luchtlagen vormen met temperatuur-inversie. Zulke luchtlagen kunnen radiogolven afbuigen of weerkaatsen zodat ontvangst voorbij de horizon kan optreden. Deze weersomstandigheden waren op 23 september 1999 geheel afwezig (rapport KNMI d.d. 8 oktober 2002).

 

 

NIEUW: een verantwoord, stellig oordeel over superrefractie is alleen te geven op basis van data over de toestand van luchtlagen op verschillende hoogtes. Dat soort informatie wordt via ballonsondes verkregen. De gegevens van 23 september 1999 uit De Bilt zijn nog te achterhalen bij de University van Wyoming, Laramie. Dit weten alle deskundigen, zo vertelde mij de Amerikaanse deskundigen dr. Vivek (Boulder, USA, NCAR en UCAR) en prof. Bart Geerts van de University of Wyoming. Deze data laten zien: er is wel superrefractie op 23 september 1999.

 

NB: (1) Tijd om deze data te downloaden, wanneer je de website kent: hooguit 5 minuten.

(2) De deskundige spraken over een paar dagen superrefractie per jaar in Nederland. Hans Meijer heeft voor 1999 de wetenschappelijk manier om superrefractie te bepalen toegepast (Laramie data invoeren in modified refractivity formule M). Hij vindt in september 1999 alleen al 12 dagen waarin er gedurende enkele uren superrefractie heerste.

 

 

(Leugen 6) Deskundige Staack: er stonden in 1999 honderden basisstations  tussen ’t Harde en Deventer, die allemaal eerder aan bod zouden komen dan het basisstation 14501 in Deventer. Als Louwes vanaf de A28 had gebeld, had zijn mobile nooit contact gemaakt met basisstation 14501 in Deventer. Dat mobiel klikte wel 14501 aan. Dus Louwes belde niet van de A28, maar vanuit Deventer. (Leugens over Louwes, p. 43)

 

MAAR: er stonden hooguit zes KPN masten met elk een basisstation in de goede richting (Louwes had een KPN-abonnement) tussen ’t Harde-Nunspeet-Deventer, en geen van deze stations had in een toestand van superrefractie per se een sterker veld in de aanbieding. (Tussen ’t Harde en Deventer, waar Staack over spreekt, stonden er hooguit 4). Deze gegevens zijn de verdediging onthouden en waren pas recentelijk te achterhalen via een nieuwe internetsite). (Leugens over Louwes, p. 44 e.v.)

 

Het hof Den Bosch baseert zich bij zijn oordeel dat Louwes niet vanaf de A28 heeft gebeld, maar vanuit Deventer, op de verklaringen van de heer Staack.

 

ARREST HOF DEN BOSCH:

2.3.11 Op de terechtzitting van 8 december 2003 is als deskundige gehoord de heer Staack. Deze is tot 1999 verantwoordelijk geweest voor de architectuur van het KPN-netwerk. Deze deskundige acht het niet onmogelijk, maar - gelet op de architectuur van het netwerk - buitengewoon onwaarschijnlijk dat signalen op de gsm-frequenties vanuit het opstelpunt in de Nieuwstraat te Deventer tot aan de omgeving van ’t Harde kunnen reiken. Door propagatie is het mogelijk dat radiogolven zeer grote afstanden overbruggen, maar de verstoring door andere stations brengt mee dat er weinig keuze is in het aanklikken van basisstations. Ondanks propagatie zal toch een van de buren van een basisstation worden gekozen. Tussen ’t Harde en Deventer stonden ook al in 1999 honderden basisstations.

 

 

NOTA BENE

(1) Het arrest van het hof Den Bosch geeft nog enkele andere argumenten voor de gewelddadige origine van het Louwes-DNA op de blouse van mevrouw Wittenberg. Bijvoorbeeld de plaats van vlekje #10, het niet-oplichten in de crimescope, de totale hoeveelheid gevonden DNA van Louwes, de klaarblijkelijke afwezigheid van DNA van derden (naast mevrouw Wittenberg en Louwes), en de delict-gerelateerde locatie van de monsters met DNA van Louwes. Ook deze argumenten zijn ontleend aan de NFI-deskundigen. (Arrest 2.17 en 2.1.8). Al deze argumenten falen, maar het gaat hier niet om aantoonbare leugens, eerder om een combinatie van misleiding en onbegrip. Vandaar dat ik die argumenten hier niet bespreek. Zie hoofdstuk 5 van Leugens over Louwes.

 

(2) Het is niet aantoonbaar in het arrest dat de leugens van het OM het hof mede hebben gebracht tot de veroordeling. Het OM wordt niet geciteerd.

NIEUWE FEITEN DIE NIET IN ARREST ZIJN OPGENOMEN

(1) wetenschappelijk onderzoek laat zien dat low level profiles (en die was er niet eens te vinden op of onder de nagels van mevrouw Wittenberg) in 32% van de gevallen worden veroorzaakt door alledaags contact (Dowlman et 2010). Het gaat hier om autosomaal onderzoek. Bij dat onderzoek werd zelfs helemaal geen DNA van Louwes onder/op de nagels van mevrouw Wittenberg gevonden.

Malsom et al. (2009) deed zowel autosomaal als Y-chromosomaal onderzoek op de zelfde nagels en vond met autosomaal onderzoek in 13% van de gevallen DNA van mannen, met Y-chromosomaal onderzoek vond hij bij dezelfde nagels in 63% van de gevallen mannelijk DNA onder de nagels.

Mannelijk DNA onder de vrouwennagels impliceert dus geenszins seks of een gewelddadige origine.

 

2) Superrefractie zou hoogst zelden voor komen, maar (NIEUW) in september alleen al waren er 12 dagen (Hans meijer weet het precieze aantal, file kwijt) met superrefractie 

3) Er is nieuw positief bewijsmateriaal dat aantoont Louwes geen geldgewin op het oog had. daarmee vervalt motief van geldgewin, en ligt er het probleem: waarom zou een saaie man als Louwes een moord hebben gepleegd? Het positieve argument ‘Geen geldgewin op oog’ is ontlastend omdat er geen andere enigszins plausibel motief is.

(i) al medebestuurder gevraagd voordat concept-testament was getekend

(ii) Louwes heeft zichzelf financieel geschaad, had op eenvoudige wijze veel geld legaal kunnen verdienen, maar gaf de zaak aan VVAA. Had ook gemakkelijk op illegale manier achterover kunnen drukken. Nooit gedaan.

(iii) twee onafhankelijke accountantsonderzoeken: bij Louwes geen sporen van bedrog, ook niet van aanzet tot bedrop.

(iv) al actief bezig om nuttige besteding voor het geld te vinden (Zwolse psychiater, kinderboerderij)

(v) ook notarissen van kantoor van Van Mourik gebruiken prive0rekeningen

4)  Honden waren veel minder betrouwbaar dan werd beweerd, door politiemensen en door deskundige Schoon (1998): 36,5 % succes.