ISVW - Hotel | Internationale School voor Wijsbegeerte

Stand-up filosoof

De antwoorden van René Gude

Wilma de Rek

Stand-up filosoofStel René Gude een vraag en hij geeft origineel antwoord vol humor en filosofische wijsheid. Het maakt Gude tot misschien wel de meest spraakmakende Nederlandse filosoof van dit moment. Hij maakt deel uit van filosofisch elftal van Trouw, geeft lezingen op Lowlands, spreekt in filosofische cafés, treedt op bij TEDx en schrijft vaak in Filosofie Magazine, het tijdschrift waarvan hij hoofdredacteur was voordat hij als directeur bij Internationale School

voor Wijsbegeerte aantrad. En hij heeft nog maar één been. Het andere werd een jaar geleden geamputeerd, toen de kanker terugkeerde. Toch zal hij ook dit jaar tijdens de Filosofienacht weer aan stand-up philosophy doen: losjes improviserend de (levens)vragen van het publiek beantwoorden door te putten uit de opgedane wijsheid en de schatkamer van de filosofie. Voor dit boek vuurde Wilma de Rek, journalist van de Volkskrant, honderden vragen af op René Gude. Ze gaan over leven, liefde, cynisme, kennis, aardigheid, de ander, de naderende dood, de (on)tembare ziel, diep-menselijke emoties en veel meer.

Wilma de Rek is journalist van de Volkskrant. Ze publiceerde meerdere boeken waaronder: Encyclopedie Der Nederlanden, De stijl van de Leider (met Pieter Broertjes) en Allemaal Losers

14,95 | 128 blz. | luxe paperback met flappen| 14,5 x 21 cm | Stand-up filosoof. De antwoorden van René Gude| Wilma de Rek | nur 730 | isbn 978-94-91693-01-4 |

 Uit Stand-up filosoof:

Hoe kan ik gelukkig worden als anderen steeds van alles van mij vinden?
Schopenhauer zegt daar iets moois over: ‘Het hoofd van een ander is een waardeloze plek om als zetel te dienen voor waar geluk.’ Dat is dat een heel goeie waarschuwing. Maar als je je helemáál van de ander losmaakt, dan haal je het sociale fundament onder je eigen leven en dat van anderen vandaan.’


De kunst is dus om te schipperen?
‘Je moet je eigen zelfbewustzijn in ieder geval niet helemaal afhankelijk maken van anderen. Je wilt wat minder gevoelig worden voor de mening van derden. Dat wilden de Griekse en Romeinse stoïci, dat wil jij en dat wil ik ook. Het is goed om jezelf minder afhankelijk te maken van de luimen van de omgeving, want voor je het weet laat je je van de wijs brengen omdat iemand in de hal van het Centraal Station je boos aankijkt. De Griekse stoïcus Epictetus zou zeggen: zo iemand moet je niet de macht over jou geven. Zo’n persoon moet jou niet van slag kunnen brengen. Daar moet je je tegen wapenen.’


Maar de praktijk is dat die anderen mijn humeur toch erg beïnvloeden. Eén
rotopmerking en ik loop de hele dag geknakt rond.
‘Het is ook vervelend, maar er zijn toch maar twee mogelijkheden om ermee om te gaan. De eerste is dat je de wereld laat doen wat hij wil. Je zorgt ervoor dat je daar volledig ongevoelig voor wordt door te streven naar apatheia: wat anderen zeggen rolt dan over je heen, omdat je niet in je pathos gaat zitten, want je hebt jezelf gehard.’


En de andere manier?
‘Dat is de autarkeia, trouwens ook een begrip van de stoïci. De stoïsche weg, van iemand als Seneca bijvoorbeeld, is aldus: aan de wereld kun je niet zoveel veranderen. Het leven richt zichzelf in hoge mate in en is nauwelijks grijpbaar. Het enige wat je kunt doen, is zorgen dat je wat eelt op je ziel kweekt. Dat kun je doen met vallen en opstaan, maar een paar stoïcijnse oefeningetjes er tegenaan gooien, helpt ook. In die oefeningen leer je om een beetje onafhankelijk te worden van die wereld. En dat is letterlijk: autark. Autarkie betekent dat je zelfvoorzienend bent, letterlijk maar ook figuurlijk; heer en meester over jezelf, eigenmachtig, onafhankelijk. In combinatie met die apatheia kan niemand je dan nog kwetsen. Je bent dan als een bolletje waarop alles afketst. Maar bedenk je wel dat dit slechts een ideaal is, hè.’

Hoezo alleen een ideaal?
‘Omdat je uiteindelijk een gevoelig kuddemens bent. Epicurus heeft dat vroeger al ingezien. Hij dacht: ik ga niet in mijn eentje een bolletje worden waar alles van afketst, nee, ik verzamel een groepje leuke mensen om me heen met wie ik een band kan opbouwen. Als we in een soort gated community gaan zitten - een mooie tuin of zo - en we bouwen daar een muur omheen, dan zijn we daarbinnen vrij. De epicuristen zoeken dus geen individuele oplossing voor verwarrende sociale toestanden, maar maken een gemeenschapje waarin het fijn toeven is.’

Dus Seneca beschermt het ik, en Epicurus het wij.
‘Dat zou je best zo kunnen zeggen. Ataraxia, het ideaal van Epicurus, is een wat socialere vorm van apatheia. Apatheia wil zeggen: míjn
gemoed is ondoordringbaar voor invloeden van buitenaf, ataraxia is een
soort gemoedstoestand die ontstaat omdat je met geliefden een situatie hebt gecreëerd die niet bedreigend is.’

Jij bent meer van Epicurus, denk ik?
‘Ja. Nee. Ik ben een beetje van allebei. Het is mogelijk om jezelf minder kwetsbaar te maken en tegelijkertijd jezelf sociaal te organiseren en te immuniseren. Zoals de Franse filosoof Pascal en mijn eigen moeder al zeiden: ‘Je moet het ene doen en het ander niet laten. ’