ISVW - Hotel | Internationale School voor Wijsbegeerte

WAT IS EEN SOKRATISCH GESPREK?

Het Sokratisch Gesprek is een poging door systematisch overleg een gemeenschappelijk antwoord op een fundamentele vraag te vinden. Deze vraag staat centraal in het gesprek.
Het gaat daarbij niet om louter theoretische vragen, maar om vragen die voortkomen uit concrete, voor iedere deelnemer toegankelijke ervaringen. Het gesprek bestaat in feite uit een systematische reflectie op ervaring. Het is mogelijk tot een gemeenschappelijk antwoord op zulke vragen te komen, maar het is niet eenvoudig. Het vergt inspanning en volharding. Het vereist bij voorbeeld dat de deelnemers elkaar nauwkeurig begrijpen. Dat zij hun gedachten zodanig verhelderen dat zij ook voor anderen inzichtelijk worden Dat argumenten zorgvuldig worden geanalyseerd en tegen elkaar afgewogen. Dat er methodisch gewerkt wordt, zodat iedereen het overzicht houdt. In het Sokratisch Gesprek proberen we voortdurend aan zulke strenge eisen te voldoen.

Achtergrond

Het gesprek ontleent zijn naam aan Sokrates, de leermeester van Plato. Hij probeerde iemand tot in-zicht te voeren door hem vragen te stellen, voorbeelden te laten verzinnen, ervaringen met hem te analyseren. Zijn uitgangspunt was dat je een inzicht niet verwerft door het voorgeschoteld te krijgen, maar alleen door zelf te denken.
Veel denkers hebben de Sokratische methode in hun werk gehanteerd. Maar slechts weinigen hebben haar gebruikt voor het voeren van daadwerkelijke gesprekken. Pas in de 20ste eeuw heeft de Duitse filosoof, pedagoog en politicus Leonard Nelson (1882-1927) de methode verder ontwikkeld met het oog op gespreksvoering. Centraal in Nelsons aanpak staat het idee van de ‘regressieve abstractie’. Dat houdt in dat, uitgaande van een concreet voorbeeld, ‘teruggevraagd’ wordt (regressie) naar de voor-onderstellingen die aan het voorbeeld ten grondslag liggen. Door te onderzoeken welke vooronderstel-lingen we moeten hebben om bepaalde oordelen te kunnen vellen komen we de grondslagen, waarop die oordelen gebaseerd zijn, op het spoor. Aldus kunnen we algemene inzichten ontwikkelen (abstractie). De methode heeft de afgelopen decennia een nieuwe, meer op de praktijk gerichte ontwikkeling doorgemaakt.

Resultaten

Met behulp van het Sokratisch Gesprek kan een onderzoek van fundamentele vragen in vruchtbare banen geleid worden. Het gesprek maakt systematische reflectie op het eigen handelen en de na te streven doelen mogelijk. Het verbindt praktijkervaring met grondslagenanalyse. Dat leidt tot verschillende resultaten.
• De ontwikkeling van een gemeenschappelijke visie op een bepaalde kwestie. Dat is het logische gevolg van een gezamenlijke analyse van een fundamentele vraag en van het systematisch streven naar consensus.
• Een gemeenschappelijke terminologie. Daardoor kunnen de misverstanden, die zo vaak eigen zijn aan fundamentele discussies, vermeden worden en kan er een werkelijke uitwisseling tot stand komen.
• Intuïties met betrekking tot de betekenis van begrippen worden geëxpliciteerd, en stilzwijgende kennis wordt blootgelegd.
• Deelnemers krijgen zicht op elkaars fundamentele standpunten en de legitimatie daarvan, waardoor zij elkaar beter leren begrijpen. Dat maakt enerzijds het accepteren van onderlinge verschillen gemakkelijker, anderzijds versterkt het ook de toenadering.

Verloop van het gesprek

1) Het gesprek begint met een zitting waarin de deelnemers een uitgangsvraag formuleren die zij willen onderzoeken. Het formuleren van zo’n vraag is een belangrijk instrument om het gespreks-terrein te kunnen afbakenen en om het doel van de analyse helder voor ogen te krijgen. Overigens worden ook veel gesprekken gevoerd aan de hand van een tevoren door de gespreksleider geformu-leerde vraag. Vervolgens wordt in een afgesproken aantal zittingen deze vraag geanalyseerd. Dat ge-beurt hoofdzakelijk door middel van een systematische ondervraging van de deelnemers.
2)  De eerste stap in de analyse is het verzamelen van een aantal concrete voorbeelden uit de ei-gen ervaring van de deelnemers, waarin de uitgangsvraag een centrale rol speelt. Het motief daarvoor is dat een concreet voorbeeld de mogelijkheid biedt een fundamentele vraag te verbinden met de da-gelijkse praktijk. Daardoor wordt een louter theoretische of hypothetische discussie voorkomen.
3)  Daarna wordt er uit de gepresenteerde voorbeelden één gekozen ter verdere analyse. Men kan zich afvragen: is de analyse van één voorbeeld wel voldoende om een algemeen gestelde vraag te beantwoorden? Het antwoord is: nee, men kan nu eenmaal niet alle aspecten van een fundamente-le vraag in een beperkt aantal zittingen behandelen. Niettemin hebben de antwoorden die gevonden worden vanwege hun fundamentele karakter een veel groter toepassingsbereik dan alleen het behandelde voorbeeld.
4)  Het gekozen voorbeeld wordt nog eens gedetailleerd uiteengezet. De deelnemers stellen informatieve vragen, zodat zij zich in het voorbeeld kunnen inleven 'als waren zij er zelf bij geweest'.
5)  Vervolgens wordt gezocht naar het moment in het voorbeeld waar het, met het oog op de uitgangsvraag, om draaide – de zogenaamde kernuitspraak.
6)  Deze wordt vervolgens onderzocht op de (validiteit van de) achterliggende argumenten, voor-onderstellingen en stilzwijgende aannames. Dat levert op den duur algemene inzichten op in de zin van fundamentele overtuigingen, normen of waarden.

Gespreksvormen

Er zijn drie gespreksvormen die elkaar afwisselen, het zaakgesprek, het strategiegesprek en het meta-gesprek.
• In het inhoudelijke of zaakgesprek wordt een antwoord gezocht op de uitgangsvraag. Hier wordt het voorbeeld geanalyseerd, worden argumenten gewogen, interpretaties onderzocht, problemen gesignaleerd en oplossingen aangedragen.
• Het strategiegesprek is bedoeld om de richting en de structuur van het gesprek te bepalen. Hier worden procedures afgesproken, aanpakken tegen elkaar afgewogen, eventueel tijdslimieten gesteld.
• Het metagesprek gaat over de vraag hoe je als groep zo'n gesprek moet voeren. Daar kunnen emotionele ladingen, gespreksregels, vermoedens over verborgen agenda’s e.d. aan de orde worden gesteld. Dit gesprek kan een belangrijke rol spelen omdat de emotionele verhoudingen in een groep vaak vertaald worden in inhoudelijke kwesties (en andersom).

Consensusvorming

De gespreksleider hanteert enkele specifieke instrumenten. Zo kan hij op elk moment een deelnemer vragen nog eens in eigen woorden te herhalen wat een andere deelnemer zojuist gezegd heeft. Deze regel is in de praktijk een effectief instrument om te controleren of iemand wel voldoende nauwkeurig begrepen is. Ook draagt deze regel bij aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke terminologie. Het gesprek kent nog een aantal andere regels. Het streven naar consensus is een van de drijvende krachten van de methode. Om consensus te kunnen bereiken is nauwkeurig wederzijds begrip vereist, over terminologie, over de gebeurtenissen uit het voorbeeld en hun interpretatie, over doelen en manieren om die te bereiken, en ook over waarden. In het streven naar nauwkeurig wederzijds begrip over een concrete kwestie krijgt men zicht op de actueel geldende overtuigingen, hun verwevenheid met het dagelijkse handelen en de reëel bestaande mogelijkheden om er verandering in aan te brengen. Bovendien kunnen daardoor de eigen blinde vlekken aan het licht komen, kunnen ontoereikende denkroutines en mentale schema’s doorbroken worden, en kunnen de verschillende perspectieven van de deelnemers op elkaar afgestemd worden.

Gespreksregels

1.  In het gesprek onderzoeken de deelnemers hun eigen ervaring, en doen geen beroep op autoriteit (onderzoek, literatuur, of iets dat je van horen zeggen hebt).
2.  Wanneer een deelnemer twijfels heeft moet hij die ook uitspreken. Maar heeft hij na zo’n zelf-onderzoek geen twijfels meer, dan moet hij ook geen twijfel voorwenden (geen advocaat van de duivel spelen).
3.  Deelnemers spannen zich in ook de gedachten van anderen te begrijpen. Om te bereiken dat nauwkeurig wederzijds begrijpen tot stand komt, kan de gespreksleider op ieder moment een deelnemer vragen in eigen woorden te herhalen wat een andere deelnemer naar voren heeft gebracht (controle van communicatie).
4.  Algemene of abstracte uitspraken worden alleen toegelaten als ze kunnen worden vertaald in termen van de casus (concretisering).
5.  Het onderzoek van de vraag is niet afgesloten zolang ten aanzien van die vraag onder de gespreksdeelnemers nog elkaar tegensprekende opvattingen worden aangehangen (consensus).